Automatische airconditioning THERMATIC

/media/technologies/thermatic/intro_module/de/image_2.jpg
/media/technologies/thermatic/intro_module/de/image_1.jpg

De automatische airconditioning THERMATIC regelt automatisch de temperatuur, luchthoeveelheid en luchtverdeling. THERMATIC is met één of twee klimaatzones leverbaar. 

Bij de automatische airconditioning THERMATIC met twee klimaatzones kan de temperatuur voor de bestuurder en voorpassagier gescheiden worden ingesteld.

 

Meerdere sensoren zorgen ervoor dat de lucht wordt gekoeld of verwarmd. Deze sensoren registreren niet alleen de binnen- en buitentemperatuur, maar bijvoorbeeld ook de zonnestraling. Zo wordt de temperatuur in het interieur constant gehouden. Bovendien wordt de luchtkwaliteit in de auto verbeterd door een fijnstof-/actieve-koolstoffilter. Dit filtert stof, roet en pollen uit de lucht en reduceert schadelijke stoffen en onaangename geuren. Om beslagen ruiten tegen te gaan, meet een vochtigheidssensor de absolute luchtvochtigheid bij de voorruit.

 

De basisfuncties van de THERMATIC kunnen met de schakelaars van het bedieningspaneel op de middenconsole worden bediend. De temperatuur en luchthoeveelheid kunnen ook direct met op het display van de headunit worden geregeld. De overige functies kunnen in het menu voor de airconditioning worden ingesteld. Wanneer de airconditioning wordt ingesteld, verschijnt in combinatie met het optionele systeem COMAND Online de aircostatus gedurende circa drie seconden onder aan het scherm van de headunit.

 

Automatische stand: door op de toets 'AUTO' te drukken, worden de luchtdoorstroming en luchtverdeling automatisch geregeld.

 

Luchtrecirculatie: wanneer de buitenlucht onaangenaam ruikt, kan de toevoer van buitenlucht tijdelijk worden onderbroken. Om te voorkomen dat de ruiten beslaan, wordt de luchtrecirculatie afhankelijk van de temperatuur en instellingen na enkele minuten automatisch gedeactiveerd. Voor comfort zorgt ook de zogenoemde tunnelschakeling: wanneer de bestuurder de luchtrecirculatietoets meer dan 2 twee seconden ingedrukt houdt, worden alle ruiten en het schuifdak automatisch gesloten. Door de toets opnieuw ingedrukt te houden, worden de ruiten en het schuifdak in de eerste stand teruggezet. In combinatie met een navigatiesysteem wordt automatisch naar luchtrecirculatie omgeschakeld wanneer uit de GPS-gegevens blijkt dat de auto door een tunnel rijdt.

1

Een aangename temperatuur.

Beschikbaarheid in voertuigklassen

Verwante onderwerpen